Normaal gesproken behandel ik geen VVE-zaken, maar dit is een uitzondering. Het betreft ook geen echte Boek 5 BW-VVE, maar een coöperatieve vereniging. Het betreft verder een punt dat ook op verenigingen in het algemeen van toepassing is.
De vereniging wil de statuten wijzigen. “Gelet op de voorgestelde wijziging van de statuten geldt op grond van artikel 25 [lees: 29] lid 4 en 5 van de huidige statuten dat alle 500 leden van de CVE voor de wijziging moeten stemmen.”
Artikel 29 lid 4: “Een besluit tot wijziging van deze statuten kan onverminderd het hierna in lid 5 van dit artikel bepaalde slechts worden genomen in een algemene vergadering waarin alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn en mits met een meerderheid van tenminste drie/vierde van de in die vergadering geldig uitgebrachte stemmen. In een algemene vergadering als bedoeld in de vorige zin, waarin niet alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kan geen besluit als aldaar bedoeld geldig worden genomen. […]” (geen idee waarom dit zo in de statuten is opgenomen)
Een wijziging van artikel 29 vereist een eenstemmig besluit van alle leden.
“De CVE baseert haar verzoek aan de rechtbank [op] artikel 2:8 lid 2 BW.
Op grond van artikel 2:8 lid 2 BW is een tussen hen (een rechtspersoon en degenen die krachtens wet of statuten bij de organisatie betrokken zijn) krachtens wet, gewoonte, statuten, reglementen of besluit geldende regel niet van toepassing voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.”
“Uit hetgeen de CVE in het verzoek en tijdens de zitting naar voren heeft gebracht begrijpt de rechtbank dat er belang is bij het wijzigen van de statuten en dat een meerderheid van de leden het daar mee eens is. De rechtbank is het met de CVE eens dat het niet realistisch is dat alle 500 leden tijdens een stemming aanwezig of vertegenwoordigd zullen zijn en dat zij vervolgens alle 500 zullen instemmen.
“Op grond van wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat ongewijzigde handhaving van de statuten van de CVE in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De rechtbank zal daarom de verzochte ontheffing van het in artikel 29 lid 4 en 5 van de statuten van de CVE vereiste quorum voor de volgende ledenvergadering verlenen, zodat in die vergadering, ongeacht het aantal aanwezige leden rechtsgeldig over het in het verzoekschrift vermelde voorstel tot wijziging van de statuten kan worden besloten met een meerderheid van tenminste twee derden van het aantal geldig uitgebrachte stemmen.”
Zie echter artikel 2:43 BW lid 2 (“Voor zover de bevoegdheid tot wijziging bij de statuten mocht zijn uitgesloten, is wijziging niettemin mogelijk met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden of afgevaardigden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.”), zie ook lid 3.