Geen afstand van toegang tot de rechter

Rechtbank Limburg 6 mei 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:4606

“Partijen zijn allen lid van de vereniging WBE (‘Wildbeheereenheid’) [locatie] (hierna: de WBE), die de jachtvelden van de leden beheert.”

“In de kern is het standpunt van [eiser] dat hij niet gebonden is aan de geschillenregeling op basis waarvan de Geschillencommissie haar uitspraak heeft gedaan en dat om die reden het door de Geschillencommissie uitgebrachte bindend advies nietig is of moet worden verklaard. “

“Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat een regeling die inhoudt dat toekomstige geschillen verplicht worden beslecht door middel van bindend advies, tot gevolg heeft dat er afstand wordt gedaan van het uit artikel 6 EVRM en artikel 17 Gw voortvloeiende recht tot toegang tot de overheidsrechter. Dit betekent dat de betrokken partij daaraan alleen gebonden is als deze afstand vrijwillig en ondubbelzinnig gebeurt. [eiser] heeft gesteld dat daarvan geen sprake is “

“De rechtbank is het met [eiser] eens dat alleen van het alsnog vrijwillig en ondubbelzinnig kiezen voor het bindend advies kan worden gesproken als [eiser] in zijn hoedanigheid van lid van de WBE daarmee akkoord is gegaan. Dat heeft niet plaatsgevonden met de hier besproken statutenwijziging omdat die wijziging van de statuten heeft plaatsgevonden binnen de KNJV.”

“De conclusie is dat ook (de omstandigheden rondom) de wijziging van geschillenregeling van de WBE als gevolg van een wijziging in de statuten van de KNJV niet tot gevolg hebben gehad dat [eiser] vrijwillig en ondubbelzinnig akkoord is gegaan met het bindend advies door de Geschillencommissie.”

Noot: de rechtspraak is op dit punt wat onvoorspelbaar.