Notulen ALV (’t Hooge Holt)

Rechtbank Zwolle 14 November 2012 LJN BY7740 (’t Hooge Holt)

Verschillende versies van ALV waarin statuten zijn gewijzigd. Onduidelijk of aan quorum is voldaan. Partijen brengen een verschillende versies van de notulen, welke elke op dit punt geen uitsluitsel geven en niet zijn ondertekend. Rechtbank houdt het ondertekende, op briefpapier van de notaris gestelde “uittreksel uit de notulen” (hoe deze in het geding is gebracht, blijft onduidelijk). Statutenwijziging niet nietig of vernietigbaar.

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD (…)
in de zaak van
[A] – [H] (leden) tegen de coöperatie
DE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN EIGENAREN
BUNGALOWPARK ‘T HOOGE HOLT UA,

Partijen zullen hierna [eisers] (alle eisers gezamenlijk) en de Coöperatie genoemd worden.

1. De procedure
1.1. De procedure is aanhangig gemaakt door de dagvaarding alsmede het exploot aanzegging gewijzigde datum van verschijning.
1.2. Vervolgens is D.J. [naam] bij beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 15 november 2011 benoemd als persoon die in de plaats van het bestuur van de Coöperatie treedt.

1.3. Daarna zijn nog de volgende processtukken gewisseld:
– de conclusie van antwoord
– de conclusie van repliek
– de conclusie van dupliek.

1.4. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten
2.1. Het bungalowpark ’t Hooge Holt is opgericht door de familie [naam]. Na samenvoeging van verschillende parken is het park met de huidige naam ontstaan.
Recreatiecentrum ’t Hooge Holt exploiteert de parkvoorzieningen en is parkbeheerder.

2.2. Op 26 april 2008 heeft een algemene ledenvergadering van de Coöperatie plaatsgevonden. Op deze vergadering is over wijziging van de statuten gesproken.
Op dat moment was [voorzitter] voorzitter van de Coöperatie. [A] (eiser sub 1) was als bestuurslid bij de vergadering aanwezig. [naam] heeft op deze vergadering [naam] als secretaris van de Coöperatie opgevolgd.

2.3. De tekst van artikel 19 van de statuten van de Coöperatie luidde op dat moment:

Bij stemming kan een lid dat eigenaar/zakelijk gerechtigde is van een tot en met vijf recreatiekavels één stem uitbrengen voor elke kavel. Een lid, eigenaar/zakelijk gerechtigde van meer dan vijf recreatiekavels kan maximaal zes stemmen uitbrengen, ongeacht zijn aantal recreatiekavels.

2.4. De regeling voor een statutenwijziging luidde toen:

Artikel 23:
1. Een besluit tot statutenwijziging of tot ontbinding der vereniging kan worden genomen met een meerderheid van drie/kwart gedeelte van de uitgebrachte stemmen in een algemene ledenvergadering, waar ten minste drie/kwart gedeelte van het totaal aantal leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is.
2. (…)
3. Is in zodanige vergadering het vereiste stemmenaantal niet aanwezig, dan wordt een nieuwe vergadering bijeengeroepen, te houden niet vroeger dan een maand en niet later dan drie maanden na de eerste – met een oproepingstermijn van ten minste veertien dagen – waarin een beslissing kan worden genomen met een meerderheid van drie/vierde der uitgebrachte stemmen, ongeacht het aantal alsdan ter vergadering tegenwoordige of vertegenwoordigde leden.
4. (…).

2.5. Een uittreksel uit de notulen van de vergadering van de Coöperatie van 26 april 2008 op papier van Vechtstede notarissen met onderaan handtekeningen van [naam] en [naam] houdt het volgende in, voor zover van belang:

Agendapunt statutenwijziging.

Blijkens de presentielijst is meer dan 3/4 van de leden aanwezig of vertegenwoordigd, zodat aan het in artikel 23 lid 1 bepaalde van de huidige statuten is voldaan, zodat een besluit tot statutenwijziging met de vereiste meerderheid van stemmen geldig kan worden genomen.
(…)
Thans ligt een uitgebreide statutenwijziging voor, met weer als belangrijkste punt de stemverhouding. Besloten wordt dat de statuten moeten wijzigen, waaronder artikel 19 die na statutenwijziging als volgt zal komen te luiden
Artikel 19
Bij stemming kan een lid net zo veel stemmen uitbrengen als het aantal recreatiekavels waarvan hij eigenaar is/waartoe hij zakelijk gerechtigde is. Er is geen maximum aan het aantal stemmen dat een lid kan uitbrengen.
(…)
De vergadering heeft met een meerderheid van ten minste 3/4 van de door de aanwezige of vertegenwoordigde leden uitgebrachte stemmen, besloten tot aanpassing van de huidige statuten conform de door notaris Brinkman opgestelde concepten (d.d. 7-1-2008) (…)

Aldus besloten in haar vergadering d.d. 26 april 2008

2.6. Bij akte van 14 augustus 2008 zijn ten overstaan van notaris Brinkman te Hardenberg de statuten van de Coöperatie gewijzigd. Artikel 19 luidt na de statutenwijziging zoals staat vermeld in r.o. 2.5.

2.7. Na de statutenwijziging heeft de familie [naam] een aanzienlijk aantal kavels verworven.

3. Het geschil
3.1. [eisers] vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. nietig zal verklaren althans zal vernietigen (het besluit tot) wijziging van de statuten van de Coöperatie zoals weergegeven in de laatste akte van statutenwijziging d.d. 14 augustus 2008 en voor recht zal verklaren dat van kracht is de tekst van de statuten van de Coöperatie, met toegespitst op artikel 19 de tekst van vóór 14 augustus 2008 luidende:
Artikel 19
Bij stemming kan een lid dat eigenaar/zakelijk gerechtigde is van 1 tot en met 5 recreatiekavels 1 stem uitbrengen voor elke kavel. Een lid, eigenaar/zakelijk gerechtigde van meer dan 5 recreatiekavelskan maximaal 6 stemmen uitbrengen, ongeacht zijn aantal recreatiekavels.
2. de Coöperatie zal gelasten om dit vonnis te deponeren bij het handelsregister als onderdeel van haar inschrijving onder dossiernummer 05047251
3. de Coöperatie zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. [eisers] legt hieraan – samengevat weergegeven – ten grondslag dat in de algemene ledenvergadering van april 2008 ten behoeve van het besluit tot statutenwijziging is verzuimd vast te stellen of het quorum aanwezig was, er toen feitelijk geen stemming heeft plaatsgevonden en aan het besluit onvoldoende bekendheid is gegeven. Daarmee is niet in overeenstemming gehandeld met de statutaire en wettelijke bepalingen. Bovendien is de statutenwijziging strijdig met de redelijkheid en billijkheid.

3.3. De Coöperatie voert verweer. Aan de bepalingen voor de wijziging van de statuten is volgens haar wel degelijk voldaan. [eisers] is te laat met zijn vordering. Het besluit is niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling
4.1. De artikelen 14 en 15 van boek 2 BW bepalen wanneer een besluit van een algemene ledenvergadering nietig respectievelijk vernietigbaar is. Dat is onder meer het geval bij een besluit dat is genomen in strijd met de wet of de statuten (artikel 14) dan wel bij strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen of strijd met de redelijkheid en billijkheid (artikel 15). Voor artikel 15 geldt een vervaltermijn. Aangezien [eisers] zich beroept op deze rechtsgevolgen rust op hem in de eerste plaats de stelplicht, en bij voldoende betwisting de bewijslast, van de feiten die nodig zijn voor het intreden van het door hem beoogde rechtsgevolg.

4.2. Omdat partijen van mening verschillen over de wijze waarop de besluitvorming op de vergadering van 26 april 2008 is verlopen, zal de rechtbank eerst beoordelen welke waarde kan worden gehecht aan de schriftelijke verslaglegging die daarvan in het geding is gebracht.

4.3. Partijen hebben als producties B, A3 respectievelijk A6 verschillende versies van notulen van de vergadering overgelegd, terwijl niet duidelijk is of een van deze versies door de algemene ledenvergadering is goedgekeurd, en welke dan wel.

De rechtbank stelt allereerst vast dat geen van de versies is ondertekend.
Onder de versies B en A3 staat de naam Martin [naam] vermeld.
De versie die bij productie A6 is overgelegd zat bij de vergaderstukken voor de jaarvergadering van 16 mei 2009 ten behoeve van het agendapunt “Verslag van de vorige vergadering – 26 april 2008” en vermeldt geen naam.

4.4. Producties B en A3 komen op het eerste oog tot agendapunt 9 overeen. Vanaf punt 9 wijken de producties B en A3 inhoudelijk van elkaar af.

In productie B staat onder het kopje: “9. Statutenwijziging”:

Er zijn een aantal wijzigingen in de statuten. Zoals de zes verschillende parken in één park omzetten, de stemverhouding wijzigen.
De wijziging die aangebracht zijn, zijn in de voorgaande vergaderingen besproken. Bovengenoemd punt wordt nogmaals in stemming gebracht en aangenomen door de leden.
Het bestuur zal de notaris opdracht geven de wijzigingen door te voeren in de statuten, een kopie komt op de website te staan ter inzage (…).

In productie A3 staat onder het kopje: “9. Statutenwijziging”:

Er zijn een aantal wijzigingen in de statuten. Zoals de zes verschillende parken in een park, de stemwijziging. Dit wordt in de komende maanden bij de notaris getekend.
De wijziging die aangebracht zijn, zijn in de voorgaande vergaderingen besproken.

In productie A6 staat onder “7. Statutenwijziging”:

Er zijn een aantal dingen veranderd in de statuten. Zoals de verschillende benamingen van de parken, deze zijn teruggebracht naar bungalowpark ’t Hooge Holt, de stemwijziging met een plafond van 6 stemmen wordt veranderd in 1 stem per kavel zonder plafond, bestuur handelsbevoegdheid wordt veranderd van fl. 5.000,00 naar EUR 10.000,00. Boeteclausule verandert van fl. 25.000,00 naar EUR 25.000,00. Dit wordt in de komende maanden bij de notaris rond gemaakt.
En de wijziging die aangebracht zijn, zijn in de voorgaande vergaderingen besproken. Statutenwijziging is unaniem van de vergadering aangenomen.

4.5. Daarnaast bestaat het uittreksel uit de notulen van de vergadering van de Coöperatie van 26 april 2008 dat is aangehaald in r.o. 2.5.

4.6. De rechtbank ziet aanleiding dit uittreksel in het hierna volgende als uitgangspunt te nemen. Anders dan de hierboven vermelde producties B, A3 en A6, waarvan de status onzeker is, bevat dit uittreksel de handtekeningen van de toenmalige voorzitter en secretaris. In beginsel moet er daarom van worden uitgegaan dat dit uittreksel overeenstemt met hetgeen ter vergadering is voorgevallen.

4.7. [eisers] heeft ter onderbouwing van zijn vordering onder meer aangevoerd dat op de vergadering verzuimd is te constateren hoeveel leden aanwezig waren. Daarmee is niet vastgesteld of het quorum aanwezig was.
Naar het oordeel van de rechtbank is dit in tegenspraak met gemeld uittreksel uit de notulen van 26 april 2008 waarin staat dat meer dan 3/4 van de leden aanwezig was en dat daarmee was voldaan aan de statutaire vereisten voor statutenwijziging. [eisers] heeft voorts onweersproken gelaten dat een presentielijst ter vergadering is bijgehouden. Onduidelijk blijft overigens of de als productie H door de Coöperatie overgelegde presentielijst die van 26 april 2008 betreft, maar dat laat onverlet dat aangenomen mag worden dat op die vergadering een presentielijst is bijgehouden.
Doorslaggevend acht de rechtbank echter het gegeven dat [eisers] geen feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht waaruit kan worden afgeleid dat daadwerkelijk het vereiste quorum ontbrak. Omdat juist die feiten en omstandigheden relevant zijn voor de vraag of aan het quorumvereiste is voldaan en een besluit geldig is genomen, heeft [eisers] – mede in het licht van de inhoud van voormeld uittreksel van de notulen – niet voldaan aan de op hem rustende stelplicht.

4.8. Voorts heeft [eisers] gesteld dat er feitelijk geen stemming heeft plaatsgevonden. Volgens [eisers] blijkt dit uitde notulen die als productie A3 zijn overgelegd. Daargelaten dat in deze productie niet expliciet staat vermeld dat geen stemming heeft plaatsgehad, is ook deze stelling in tegenspraak met het uittreksel uit de notulen, zoals weergegeven in r.o. 2.5.
[eisers] laat ook op dit punt na de feiten en omstandigheden te noemen waaruit zou moeten worden afgeleid dat er geen stemming is geweest. De enkele stelling dat “er feitelijk gewoonweg geen stemming plaatsgevonden” heeft is, mede in het licht van het andersluidende uittreksel, niet aan te merken als een voldoende onderbouwde stelling.

4.9. Daarnaast heeft [eisers] aangevoerd dat de statutenwijziging strijdig zou zijn met de redelijkheid en billijkheid. De familie [naam] heeft een zodanig aantal van de bungalows in eigendom dat zij een machtspositie heeft gekregen binnen de Coöperatie. Bovendien heeft de familie stemrechten verkregen op grond van stemmachtigingen. De particuliere eigenaren kunnen zonder bewilliging van de familie [naam] geen gekwalificeerde meerderheid behalen. Daarnaast exploiteert de familie [naam] de parkvoorzieningen en is parkbeheerder. Er bestaat onvoldoende balans tussen de door de familie [naam] uitgevoerde commerciële exploitatie enerzijds en het gebruik en de verhuur van bungalows door de particuliere eigenaren. Deze machtspositie van de familie [naam] wordt, aldus [eisers], onwenselijk geacht.

4.10. Uit de stellingen van partijen kan naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat de familie [naam]inmiddels door het aantal stemrechten en stemmachtigingen waarover zij beschikt besluiten waarvoor een gekwalificeerde meerderheid is voorgeschreven, zoals een statutenwijziging, kan tegenhouden. Voor besluiten die bij gewone meerderheid van stemmen worden genomen geldt dit – zo volgt uit de stellingen van partijen – niet.
Op zichzelf leidt de thans bestaande stemverhouding niet tot de conclusie dat het besluit uit 2008 vernietigbaar is wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. Dit geldt te meer nu de Coöperatie heeftgesteld, en door [eisers] niet is betwist, dat deze situatie op het moment van de besluitvorming nog niet bestond.
In het onderhavige geval is de voorgenomen wijziging ook in eerdere jaren op de algemene ledenvergaderingen aan de orde geweest, zodat bekend kon zijn dat dit speelde, en aangenomen moet worden dat ten behoeve van de besluitvorming alle betrokken belangen aan de orde hebben kunnen komen. Vervolgens heeft een gekwalificeerde meerderheid tot wijziging van artikel 19 van de statuten besloten. De aangevoerde feiten geven dan ook geen aanleiding om het genomen besluit aan te tasten vanwege strijd met de redelijkheid en billijkheid.

4.11. Partijen hebben tot slot nog aandacht besteed aan de vraag of aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven. Hoewel bij repliek – niet onderbouwd – door [eisers] is opgemerkt dat – zo begrijpt de rechtbank – toezending van de concept statuten voor de algemene ledenvergadering niet heeft plaatsgevonden, heeft het debat zich toegespitst op de bekendmaking van het besluit van 26 april 2008. Dit geschilpunt kan echter in het midden blijven, omdat dit uitsluitend van belang is voor de vraag of de vervaltermijn van artikel 2:15 lid 5 geldt. Nu het besluit tot statutenwijziging, zoals uit het voorgaande blijkt, niet vernietigbaar is, behoeft de kwestie geen beantwoording meer.