KNSB (Interne rechtspraak niet-lid)

Rb. Utrecht, 1-12-2010, LJN BO564 KNSB

2.1. [eiseres] was in 2006 als begeleider van de schaatster [A] (hierna: [A]) aanwezig op de Olympische Spelen in Turijn. [A] had daar voor de ‘5000 meter dames’ geen startrecht verworven.

2.2. Op 13 december 2009 heeft Studio Sport een reportage uitgezonden waarin werd beweerd dat [eiseres] betrokken zou zijn bij een omkoopschandaal. …

2.9. De voorzitter van de KNSB, de heer [D], heeft op 15 oktober 2010 de volgende brief aan [eiseres] verzonden.

“Geachte mevrouw [eiseres],
… Uw handelwijze, zoals in de rapportage benoemd, is (daarnaast) in strijd met de Statuten en Reglementen KNSB, althans er is sprake van onbehoorlijk optreden in de meest brede zin, waardoor de belangen van de KNSB in het bijzonder en van de schaatssport in het algemeen zijn geschaad.
Het bestuur van de KNSB heeft op basis van de constateringen besloten voor de duur van één (1) jaar, ingaande 1 oktober 2010;
1. u niet in aanmerking te laten komen voor een trainerslicentie volgens het Reglement Technische Licentie (c.q. u deze licentie te ontnemen);
2. met u geen verdere samenwerking aan te gaan die ziet op een aanstelling als trainer/coach/begeleider;
3. u geen accreditatie te (laten) verlenen voor nationale wedstrijden en toernooien;
4. u niet aanwezig te zullen laten zijn als trainer/coach/begeleider bij nationale wedstrijden.” 


[]
4.2. [eiseres] stelt zich primair op het standpunt dat het besluit nietig dan wel vernietigbaar is op grond van artikel 2:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW) omdat het in strijd met de statuten, het Algemeen Reglement KNSB en het Reglement op de Bondsrechtspraak is genomen. [eiseres] stelt dat op grond van de statuten en reglementen niet het algemeen bestuur van de KNSB, maar de Tuchtcommissie dan wel de Geschillencommissie bevoegd is om op te treden tegen strafbare feiten dan wel inzake geschillen die op de schaatssport betrekking hebben. Daarnaast is de in de reglementen voorgeschreven procesgang niet gevolgd en heeft er voorafgaand aan het opleggen van de maatregelen geen hoor en wederhoor plaatsgevonden. De door de KNSB opgelegde maatregelen vallen bovendien niet onder de straffen de ingevolge artikel 4 van het Reglement op de Bondsrechtspraak kunnen worden opgelegd.
[eiseres] stelt subsidiair dat het besluit nietig dan wel vernietigbaar is wegens strijd met artikel 2:8 lid 1 BW. Door de tuchtrechtprocedure niet te volgen is bij de totstandkoming van dit besluit in strijd gehandeld met de redelijkheid en de billijkheid die door een rechtspersoon en degenen die bij haar organisatie zijn betrokken in acht moet worden genomen, aldus [eiseres].

4.3. Tussen partijen staat vast dat [eiseres] sinds 1 juli 2008 geen lid of licentiehouder meer is geweest van de KNSB. Gelet hierop was [eiseres] ten tijde van het nemen van het besluit naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aan de statuten en de reglementen van de KNSB onderworpen, waardoor ook de tuchtrechtspraakregeling en de geschillenregeling niet op haar van toepassing waren. Deze regelingen gelden ingevolge de artikelen 23 en 24 van de statuten immers alleen voor – kort gezegd – leden en licentiehouders. Gelet hierop is het besluit van de KNSB niet vernietigbaar wegens strijd met de statuten en de reglementen van de KNSB.

4.4. Nu [eiseres] ten tijde van de totstandkoming van het besluit geen verenigingsrechtelijke relatie met de KNSB meer had, mist ook artikel 2:8 BW toepassing. Daaraan doet niet af dat [eiseres] ten tijde van de haar verweten gedragingen tijdens de Olympische Spelen in Turijn wel lid en licentiehouder van de KNSB was en dat de KNSB haar gedragingen heeft getoetst aan de verenigingsrechtelijke normen. Het besluit van de KNSB is derhalve ook niet vernietigbaar wegens strijd met deze bepaling.

4.5. [eiseres] heeft ter zitting meer subsidiair gesteld dat de KNSB ter bescherming van de waarborging van artikel 6 EVRM ook in dat geval voorafgaand aan het nemen van het besluit de tuchtrechtprocedure of een daarmee vergelijkbare procedure had moeten volgen. Door dit niet te doen heeft de KNSB volgens [eiseres] onrechtmatig jegens haar gehandeld. Hierbij moet volgens [eiseres] worden meegewogen dat zij ten tijde van de haar verweten gedragingen tijdens de Olympische Spelen in Turijn wel lid en licentiehouder van de KNSB was. Door in het besluit te overwegen dat de handelwijze van [eiseres] in strijd is met de statuten en reglementen van de KNSB, heeft de KNSB haar verenigingsrechtelijke normen toegepast op haar gedrag in deze periode. De in het besluit opgelegde maatregelen zijn individueel tegen [eiseres] gericht en hebben het karakter van een strafmaatregel. Er had daarom voorafgaand aan het opleggen van de maatregelen een met waarborgen omklede procedure moeten worden gevolgd met hoor en wederhoor en de mogelijkheid om verweer te voeren naar aanleiding van een concreet geformuleerde klacht bij een onafhankelijk orgaan van de KNSB.

4.6. De voorzieningenrechter volgt [eiseres] niet in haar stelling dat haar door de KNSB bij het besluit sancties of strafmaatregelen zijn opgelegd. Het besluit houdt geen straffen in die ingevolge artikel 4 van het Reglement op de Bondsrechtspraak kunnen worden opgelegd en er zijn [eiseres] bij het besluit ook overigens geen rechten ontnomen of verplichtingen opgelegd. Het besluit houdt in dat het bestuur gedurende een jaar niet met [eiseres] in zee zal gaan. Voor de maatregel om [eiseres] voor de duur van één jaar niet in aanmerking te laten komen voor een trainerslicentie, geldt dat [eiseres] hierdoor geen trainerslicentie is ontnomen, omdat zij al sinds 1 juli 2008 geen licentie meer heeft. [eiseres] heeft ter zitting desgevraagd aangegeven dat zij ten tijde van het besluit van 15 oktober 2010 geen concreet voornemen had om een licentie aan te vragen, omdat zij destijds niet over een team beschikte. Indien [eiseres] binnen de genoemde periode van één jaar toch een licentie zou willen aanvragen, zal zij de door de KNSB aangekondigde weigering alsdan kunnen aanvechten. De KNSB heeft ter zitting gesteld dat in dat geval een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstaat met de mogelijkheid van hoor en wederhoor. Dit is door [eiseres] niet betwist. Ten aanzien van de overige maatregelen stelt de KNSB terecht dat deze zien op de gebruikmaking van haar contractsvrijheid en beoordelingsvrijheid.
Dit betekent dat niet kan worden geoordeeld dat vanwege de aard van de getroffen maatregelen de tuchtrechtelijke procedure gevolgd had moeten worden en/of dat de KNSB onrechtmatig heeft gehandeld door niet – op de in het tuchtreglement voorziene of daarmee te vergelijken wijze – een klacht tegen [eiseres] in te dienen en te (doen) behandelen.

4.7. De KNSB heeft zich uitgelaten over (vermeende) handelingen van [eiseres] ten tijde van haar lidmaatschap tegen de achtergrond van de verenigingsrechtelijke normen en haar besluit daarop gebaseerd. Dat op zich kan echter voorshands niet als onrechtmatig worden aangemerkt. Daarbij is van belang dat de KNSB haar besluit heeft gebaseerd op een onderzoeksrapport van een onafhankelijke commissie die [eiseres] ook heeft gehoord en voorts dat de uitzending van Studio Sport en het uitbrengen van het rapport van de Commissie veel media aandacht teweeg hebben gebracht en het – mede gelet op haar statutaire doelstelling – op de weg van de KNSB lag om daarover een standpunt in te nemen en dat naar buiten kenbaar te maken.

4.8. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat hetgeen [eiseres] heeft aangevoerd haar vorderingen niet kan dragen zodat die zullen worden afgewezen.